Schutters en bedelvoogden

[Deze lijst is samengesteld aan de hand van de dorpsrekeningen en het archief van de schepenbank van Oisterwijk. Udenhout viel onder de jurisdictie van de Oisterwijkse schepenbank.]

De functie van schutter is al oud. Bij de uitgifte van de zgn. gemeinten door de hertog van Brabant in de 13de en 14de eeuw was in sommige gevallen al een schutter aangesteld. In de gemeint (gemeenschappelijke gronden) kregen (meestal) ingezetenen van een plaats het recht om o.a. hun vee te weiden. Trof men er vee aan van anderen, niet gerechtigd in de gemeint, aan, dan mocht men dat vee “schutten”, plaatsen in een schutskooi. Daar bleef dat vee dan tot er een boete was betaald. Een gedeelte van die boete was voor de schutter.
Het grondgebied van Udenhout maakte deel uit van de gemeint van Haaren. Dat was een gemeint die zich ook uitstrekte over Oisterwijk, Berkel, Enschot en Heukelom. Wanneer er in deze gemeint voor het eerst een schutter is aangesteld is niet bekend.
In de loop der tijd, met name in de 18de eeuw, kreeg de schutter er een taak bij: het verdrijven van bedelaars en andere landlopers. Bovendien verbreedde zijn taak zich ten aanzien van het schutten. Beesten die op plaatsen liepen waar ze niet hoorden, b.v. in andermans weiland, mocht hij nu ook in de schutskooi plaatsen.
De schutskooi stond in Udenhout bij de kapel en het schoolhuis op de hoek van de Schoorstraat en de Slimstraat. In de dorpsrekening van 1721 is voor het eerst sprake van een schutskooi. In verschillende jaren moet de schutskooi reparaties ondergaan aan het houtwerk, het ijzerwerk, een nieuw slot en bijbehorende sleutels.
In 1714 kreeg Jan Marten Hessels vijf gulden van de Udenhoutse gemeenschap voo rhet leveren van r een rock, hoet, broeck en cousen t.b.v. van Jan Priems als diender deser gemeente.Een bedelvoogd was een functionaris die de bedelaars probeerde buiten de deur te houden in het dorp. Bedelaars en landlopers kwamen vroeger regelmatig voor. Dat waren zeker niet alleen plaatsgenoten, integendeel. Vaak kwamen ze van heinde en verre door het land gezworven.
Een apart probleem daarbij vormde de manier van oorlogvoeren in vroeger tijden. Er was geen zgn. staand leger dat in vaste dienst was, maar een grote groep huursoldaten die aan het eind van de strijd werden ontslagen. Vaak kwamen deze lieden uit andere landen (Zwitserland, Duitsland, Schotland e.d.) en hadden hier helemaal geen thuis. Die zwierven in groepen door het land en vormden een bedreiging voor de rust. De bedelvoogden waren in sommige gevallen zelf afgedankte soldaten, ook in Udenhout.

1714
1715
1717
1719
1723-1729
1734-1737
1734-1736
1737-1745
1737-1740
1741-1742
1743-1749
1745-1747
1749
1750-1756
1757-1768
1769-1772
1771-1772
1794
1800
Jan Priems
soldaten en Jan Peter Priems hebben bedelaars verjaagd
Pieter Michiel Pieren
3 soldaten ontvangen geld voor het verjagen van bedelaars
Leonard Jordaen (bedelvoogd en schutter)
Adriaan Jan van Vlijmen (bedelvoogd)
Michiel Pieren (schutter)
Balthazar Jongbloet (bedelvoogd)
Paulus van Strijthoven (schutter)
Peter Couwenberg (schutter)
Jan Maas (schutter)
Willem Kievits (bedelvoogd)
Jan van der Silveren (bedelvoogd)
Willem de Baaij (bedelvoogd en schutter) – aanstellingsakte
Jurrien Grevers (bedelvoogd en schutter) – aanstellingsakte
Willem de Baaij (schutter)
Coenraad Crijns (diender) – aanstellingsakte
Arnoldus van de Ven (schutter en diender) – aanstellingsakte
schutreglement voor de gemeente van Udenhout

Reageren is niet mogelijk